Resultaten monitoringsprogramma’s in dieren en dierlijke producten
De NVWA neemt jaarlijks tienduizenden monsters om vlees en andere dierlijke producten te controleren op chemische stoffen. Dit doen we volgens verschillende monitoringsprogramma’s, die zijn gebaseerd op Europese afspraken. Bekijk de resultaten van ons toezicht.
Tienduizenden monsters per jaar
Sinds 1996 voert de NVWA het Nationaal Plan Residuen in dieren en producten van dierlijke oorsprong (NPR) uit. Vanaf 1 januari 2023 zijn er aparte controleprogramma’s voor farmacologisch werkzame stoffen als diergeneesmiddelen en pesticiden en voor contaminanten. Lees meer over de controleprogramma’s.
Meer vlees, meer monsters
Met de jaren is de productie van vlees en dierlijke producten sterk toegenomen. Ook zijn de analysetechnieken verbeterd en worden er steeds meer verschillende diergeneesmiddelen ontwikkeld. Hierdoor is het aantal monsters met de jaren ook toegenomen.
Weinig afwijkingen
Jaarlijks nemen we tienduizenden monsters. Toch zien we maar weinig monsters die niet aan de eisen voldoen: enkele tientallen per jaar. Dat is minder dan 1%. Maar we blijven streven naar een percentage van 0%. Want we zouden deze stoffen helemaal niet mogen aantreffen.
In de tabel ziet u de cijfers van de afgelopen 5 jaar. In 2020 zijn er minder monsters genomen dan gebruikelijk vanwege de coronacrisis. Onze inspecteurs moesten zich aan de maatregelen houden en konden minder vaak op pad.
Welke stoffen zitten er in de afwijkende monsters?
In de afwijkende monsters zitten vooral stoffen die in het milieu aanwezig zijn. Het gaat dan om contaminanten als cadmium, kwik, lood en PFAS. Meestal is niet te voorkomen dat dieren deze stoffen binnenkrijgen. Daarnaast laten de analyses residuen van diergeneesmiddelen zien, zoals antibiotica en pijnstillers.
Verboden en niet toegelaten stoffen komen weinig voor in de monsters. Deze groep A-stoffen bevatten ook hormonen en stoffen die een natuurlijke oorsprong kunnen hebben. Ze hoeven dus niet aan het dier te zijn toegediend. Een voorbeeld is thiouracil, deze stof zit onder meer in koolzaadachtige planten. Als runderen en varkens hiervan eten, kan de stof dus van nature in het vlees terechtkomen. Daarom worden dit soort stoffen in lage gehaltes wel toegestaan. Daarnaast proberen we analysemethodes te ontwikkelen waarmee we onderscheid kunnen maken tussen stoffen van synthetische en natuurlijke oorsprong. Hierdoor neemt het aantal monsters met een afwijking voor verboden en niet toegelaten stoffen af.
Monsters per diersoort en product
Wij controleren de volgende diersoorten en producten:
- rund
- varken
- schaap
- geit
- paard
- pluimvee
- konijn
- gekweekt wild
- vrij wild
- aquacultuur: kweekvis
- wildgevangen vis
- schaaldieren en tweekleppige dieren
- melk
- eieren
- honing
- insecten
- reptielen
- casings, bijvoorbeeld darmen voor worstjes
- onverwerkte vetten en oliën van dieren en mariene organismen
- verwerkte producten van dierlijke oorsprong
Vooral afwijkingen bij pluimvee, runderen en varkens
Afwijkende monsters zien we vooral bij pluimvee, runderen en varkens. Bij deze diersoorten nemen we ook de meeste monsters. Antibiotica zien we in alle 3 de diersoorten. Rund- en pluimveevlees bevatten vaker zware metalen.
Pluimvee
Rund
Varken
Monsters per locatie
Wij nemen monsters op de volgende locaties:
- primaire fase: boerderijen, kwekerijen
- slachthuizen
- grenscontroleposten (import uit niet-EU-landen)
Afwijkende monsters zien we vooral bij slachthuizen. Daar nemen we ook veruit de meeste monsters af. Bij boerderijen heeft het geen zin om op alle stofgroepen te controleren. Zo is gebruik van geregistreerde diergeneesmiddelen gewoon toegestaan zolang een dier nog op de boerderij wordt gehouden. Pas als het dier naar de slacht gaat, mag het diergeneesmiddel niet meer boven maximale gehaltes aanwezig zijn. Er geldt dan ook een wachttermijn.
Primaire fase: boerderijen, kwekerijen
Slachthuis
Grenscontrolepost
Meer informatie over de uitkomsten van de monitoringsprogramma’s
Kijk voor uitgebreide informatie bij de inspectieresultaten per jaar.